Cursussen

Wat heeft de psychoanalyse de GGZ therapeut te bieden in deze tijd?

Een serie van zes cursusavonden georganiseerd door het Psychoanalytisch Centrum Oost-Nederland van de NPaV. De cursus zal plaatsvinden op de dinsdagen 5 april, 17 mei, 21 juni, 20 september, 1 en 29 november 2022 van 19.30 tot 22.00 in Deventer. Voor meer informatie zie onderaan.

Op de avonden zullen de volgende thema’s centraal staan:

  1. Containment.
    Containment kan worden gezien als het tijdelijk verdragen van onbewuste gevoelens die door de ander nog niet geverbaliseerd en daardoor alleen geprojecteerd kunnen worden. Door de ander te helpen woorden te vinden voor deze emoties kunnen deze alsnog worden verwerkt en innerlijk geïntegreerd. Je zou dit kunnen beschouwen als de kerntaak van de therapeut. Maar niet alleen de patiënt of cliënt in de spreekkamer heeft containment nodig, wij allen kunnen alleen goed functioneren als we zo nodig een beroep kunnen doen op onze partners, vrienden en collega’s, als we willen dat iemand even een luisterend oor biedt en even met ons meedenkt. Denk ook aan supervisie of intervisie, en natuurlijk aan de organisatie als container voor de onbewuste dynamiek die het functioneren van de groep beïnvloedt.

  2. Overdracht, tegenoverdracht en enactment.
    Sigmund Freud ontdekte de overdracht toen hij zich realiseerde, bescheiden als hij was, dat de erotische gevoelens die zijn vrouwelijke patiënten voor hem kregen onmogelijk te maken konden hebben met zijn eigen aantrekkelijkheid. Hij begreep dat in het contact met de analyticus bij de patiënt gevoelens voor een belangrijke ander uit een eerdere levensfase opnieuw tot leven kwamen. Tegenoverdracht werd in de psychoanalyse lang beschouwd als de overdracht van de analyticus op de patiënt (als overdrachtsfiguur) en afgekeurd, dat wil zeggen de analyticus moest zich van deze gevoelens bevrijden in een persoonlijke analyse. Pas in de jaren ’50 van de vorige eeuw ontstond de gedachte dat de tegenoverdracht ook aspecten van het onbewuste van de patiënt kon bevatten, en dat aandacht voor de tegenoverdracht zou kunnen helpen bij het begrijpen en analyseren van de patiënt. Overdracht en tegenoverdracht en het uit-ageren ervan komen in alle behandelingen voor, en ook als het onderzoeken ervan niet het directe doel is van de therapie is het nuttig er iets over te weten, en het in jezelf en in je patiënten te herkennen.

  3. Splijting en projectie.
    De Oostenrijks-Britse psychoanalytica Melanie Klein publiceerde in 1946 een beroemd artikel getiteld ‘Notes on some Schizoïd Mechanisms’. Hiermee completeerde ze haar theorie over de ‘depressieve positie’ en de ‘paranoïd-schizoïde positie’, waarmee ze het idee van de ontwikkeling in fasen die elkaar opvolgen definitief verliet. De baby, overweldigd door lichamelijke en emotionele sensaties, probeert negatieve ervaringen kwijt te raken door ze van positieve te scheiden en naar buiten te projecteren, teneinde het goede gevoel te beschermen. Onder gunstige omstandigheden is dit al snel minder of nog nauwelijks nodig, en kunnen kleine frustraties gemakkelijk innerlijk geïntegreerd worden en kan de baby zich in allerlei opzichten goed ontwikkelen. Bij patiënten met borderline of psychotische symptomen echter is er op dit aller vroegste niveau hoogstwaarschijnlijk een verstoring is opgetreden. Maar ook in onze dagelijkse ervaringen, bijvoorbeeld in de teams of organisaties waarvan we deel uitmaken kunnen we te maken krijgen met splijting, met projecties en met achterdocht. Het is ook dan helpend om iets meer over deze processen te weten.

  4. Narcisme als afweer van angst en schaamte.
    Er is veel geschreven over narcisme. Is het een ontwikkelingsfase? Een ziekte van de persoonlijkheid? Een naar etiket, een scheldwoord zelfs? In deze bijeenkomst zullen we narcisme leren kennen als afweer van ondraaglijke, primitieve angsten. Deze zienswijze kan ons helpen de uitdagingen van het therapeutisch contact met de narcistische patiënt te verdragen. Ook zullen we stilstaan bij de functie van narcisme als afweer van de schaamte die dreigt wanneer de illusie van de grootheidsfantasie wordt doorgeprikt, en moet plaatsmaken voor de alledaagse werkelijkheid.

  5. Oedipus-complex en oedipale ontwikkeling.
    Freud noemde het Oedipus-complex het kerncomplex van de neurose. Hij situeerde de opkomst en het verloop ervan tussen het derde en het vijfde levensjaar, en beschreef het als de speciale liefde van het kind voor de ouder van het andere geslacht, in combinatie met de rivaliteit met de ouder van hetzelfde geslacht. Melanie Klein, die ook kleine kinderen analyseerde, zag vroege wortels van het Oedipus-complex in het eerste levensjaar, in de relatie van de baby met het eerste ‘object’, de moeder. Nog steeds wordt het Oedipus-complex door veel analytici gezien als de noodzakelijke ontwikkeling die we moeten doormaken om een gezonde positie ten opzichte van de werkelijkheid te kunnen innemen. Aan de hand van voorbeelden zullen we zien dat Oedipale stagnatie te vinden is in de meeste, zo niet alle manifestaties van psychopathologie.

  6. Dromen, dagdromen en onbewuste fantasie.
    Dromen en dagdromen doen we allemaal; het begrip ‘onbewuste fantasie’ is niet zo eenvoudig te omschrijven. We duiden er onze innerlijke wereld mee aan die zich onttrekt aan ons bewuste besef, maar die wel de bril vormt waardoor we de realiteit waarnemen, en die ons gedrag wezenlijk beïnvloedt. We kunnen ons van onze onbewuste fantasieën bewust worden via de waarnemingen van anderen, die ons vertellen hoe onze uitingen in taal en gedrag hen raken, en welke indruk ze van ons hebben. Hun ervaringen komen niet altijd overeen met hoe we onszelf zien, of hoe we denken dat de ander ons ziet. Hierover nadenken bevordert de persoonlijke ontwikkeling. Maar we zullen in deze bijeenkomst ook ruimschoots stilstaan bij Freuds theorie over de droom, die hij ‘de koninklijke weg tot het onbewuste’ noemde, en we zullen praten over de vraag welke rol dromen kunnen spelen in de actuele klinische praktijk.

    De cursusavonden zijn bedoeld voor psychiaters, psychologen, psychotherapeuten, kindertherapeuten, huisartsen en degenen die daarvoor in opleiding zijn. Een BIG registratie of het in opleiding zijn daartoe is een voorwaarde voor deelname.

    Iedere bijeenkomst zal bestaan uit een korte inleiding en daarna gelegenheid tot vragen stellen en discussie (een uur) en vervolgens de bespreking van een door één van de deelnemers ingebrachte casus (anderhalf uur).

    De cursus wordt gegeven door Leontine Brameijer, psychotherapeut en psychoanalyticus, opleider bij de Nederlandse Psychoanalytische Vereniging (NPaV) en zal plaatsvinden op de dinsdagen 5 april, 17 mei, 21 juni, 20 september, 1 en 29 november 2022 van 19.30 tot 22.00.

    Locatie: De Fermerie, Muggenplein 9 Deventer, deze locatie is goed te bereiken met OV en auto, zie voor routebeschrijving www.fermerie.nl

    Kosten: 50 euro per avond, voor opleidelingen 30 euro, overmaken naar NL97INGB0000534781 t.a.v. NPaV Amsterdam o.v.v. collegecyclus Deventer met data deelname en naam.

    Accreditatie wordt aangevraagd voor NVP, NVvP en FGzPt

    Informatie en/of inschrijving via Maaike Doeven 06-11460224 of mdoeven@heijenk.com
Bij inschrijving graag naam en functie vermelden. Inschrijving is definitief na betaling.

    Na inschrijving ontvangt u de literatuur per mail. Deze zal tijdens de bijeenkomsten worden besproken en toegelicht en hoeft niet per se van tevoren worden gelezen. Wel is het handig om de teksten bij de hand te hebben zodat we gezamenlijk fragmenten kunnen lezen.

Deze website maakt gebruik van cookies.

Om uw ervaring te verbeteren maken wij gebruik van cookies.
Zo kunnen wij u de beste gebruikers ervaring garanderen.

Deze website maakt gebruik van cookies.

Om uw ervaring te verbeteren maken wij gebruik van cookies.
Zo kunnen wij u de beste gebruikers ervaring garanderen.